Editio schrijfwedstrijd: Geen weg terug deel 2

Het tweede deel van mijn verhaal Geen weg terug voor de schrijfwedstrijd van Editio.

Het hotel (Twee dagen geleden)

‘Volgens mij bent u ergens doorheen gereden meneertje,’ zei de monteur terwijl hij een sigaret opstak. ‘Er moet zeker een nieuwe band gezet worden.’ Het is acht uur en het wordt al donker buiten. De monteur krabde even op zijn hoofd. ‘Ik heb niks meer op voorraad voor u. Morgenochtend komt er een lading binnen. U kunt met een leenauto naar een hotel rijden hier in de buurt en uw auto morgen komen ophalen.’ ‘Kunt u me ook even de weg wijzen naar dat hotel dan,’ zei Winston de Jong ongeduldig. ‘Natuurlijk meneertje.’

De oprit was onverlicht en zag er duister uit. Donkere bomen hingen over de weg naar het hotel dat er mysterieus uit zag. Op de radio begon het gitaarspel van Hotel California. Was dit het hotel? Er stonden ook andere auto’s op het terrein en Winston reed langzaam door naar de voordeur waar een vrouw met lang bruin haar nonchalant tegen de deurpost stond aangeleund. ‘Welkom,’ zei de brunette met een brede glimlach. ‘Laat mij u voorgaan naar de receptie. De stroom was uitgevallen. Ik verwacht dat het zo weer gemaakt is.’

Kaarsen verlichtten de weg van de ingang naar de receptie. Het was stil in het hotel, er leken geen gasten te zijn. Er zat een lange man achter de receptie die op de butler van de Addams Family leek. ‘Het is erg stil, zijn er niet meer gasten?’ vroeg Winston nieuwsgierig. ‘Er zijn nog meer gasten, zij zijn allemaal al naar hun kamers. De stroomuitval, weet u nog?’ glimlachte zijn gastvrouw. ‘Mag ik u uw kamer wijzen, meneer De Jong.’ ‘Natuurlijk. Dit is overigens een mooie locatie. Een lekker rustige omgeving, in een soort niemandsland lijkt wel. Perfect voor een schrijver als ik,’ zei Winston tevreden terwijl hij zo indruk probeerde te maken op de jongedame die hem begeleidde. Hij wist dat ze toe zou happen, dat deden ze altijd.

‘Dus u bent schrijver, meneer De Jong? Waar zou ik u van moeten kennen?’ De brunette streek haar haren naar achteren waardoor haar gezicht nu goed te zien was. ‘Ik heb De Eerste Weken op Aarde geschreven. Een post-apocalyptisch verhaal over wat er gebeurt als de Derde Wereldoorlog is afgelopen.’ Winston vertelde er nooit bij dat het verhaal niet door hem maar door zijn zus was bedacht. ‘Ik ken het boek, meneer De Jong. Ik had alleen geen idee dat ik ú, de schrijver van dát boek hier binnen had! Mijn excuses.’ ‘Wat is je naam?’ vroeg Winston nieuwsgierig. ‘Lola, meneer.’ ‘Nou Lola, je kunt me gewoon Winston noemen. Is er tijd om nog even iets in het restaurant te eten? En zou je me willen vergezellen? Als het restaurant nog open is natuurlijk?’ ‘Voor jou zullen ze vast nog even open blijven Winston,’ zei Lola met een knipoog. ‘Ik ga je even voor zodat er een tafel gereed wordt gemaakt. Ik kom je graag vergezellen’ Winston keek Lola tevreden na, het zou toch nog een leuke avond worden. Een geluk bij een ongeluk.

De volgende ochtend liep Winston vol bewondering door de zaal waar hij de dag ervoor gedineerd had. Het kille restaurant was nu een sfeervolle feestzaal waar alle gasten zich prima leken te vermaken. Lola stond bij de ingang aan de telefoon druk te praten en wuifde hem lachend gedag. Sahin, de grote receptionist, kwam hem tegemoet lopen. ‘Welkom Winston op het eindfeest, met excuses voor de stroomuitval. U krijgt een gratis ontbijtbuffet’ zei hij. Het eindfeest? Winston keek even bedenkelijk,schudde het van zich af en liep toen verder de zaal in. Een aantal mensen stonden met een vrolijk uitziend welkomstdrankje in hun hand heftig te discussiëren over een nieuwe app die was uitgekomen. Hij bestelde een koffie aan de bar en keek door de zaal heen of hij Lola nog zag.

Lola liep ondertussen gespannen te ijsberen en tuurde ongeduldig naar de ingang. Eindelijk kwam de dokter binnen. Achter hem volgden een aantal anderen, verplegend personeel en andere medewerkers, wist Lola. In zijn eentje kon de dokter deze groep niet aan. Er moest snel en nauwkeurig gewerkt worden vandaag.

Winston sipte rustig zijn koffie toen hij een doffe dreun hoorde. Hij keek verbaasd om zich heen. De andere gasten lagen half slapend over hun tafel of waren op de grond gevallen terwijl vanuit de keuken mensen in operatiekleding de zaal in kwamen. Winston zocht naarstig naar Lola in de ruimte waar hij haar net nog had gezien. Lola keek geschrokken toen hun ogen elkaar troffen. ‘Hij…Hij heeft geen welkomstdrankje gehad,’ stamelde ze. De dokter keek stoïcijns de zaal in en pakte een naald uit zijn dokterskoffertje. ‘Je weet nog hoe het werkt?’ vroeg hij aan Sahin. Sahin knikte en liep richting Winston.

In één van de hotelkamers lag er even later nog iemand die een narcoseprik kreeg. Ze dacht aan haar bedrieglijke broer die in de kamer naast haar lag en zuchtte diep. Daar gaan we, dacht Carla terwijl ze zichzelf weg voelde zakken in een diepe slaap.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *