Editio schrijfwedstrijd: Geen weg terug deel 1

Het eerste deel van mijn verhaal Geen weg terug voor de schrijfwedstrijd van Editio.

De verhoorkamer (Vandaag)

‘Mijn verhaal vertellen is niet makkelijk. Ik weet dat wat ik heb gedaan niet goed te praten is. Ik heb levens verwoest. Maar ik heb nog meer levens beter gemaakt, levens gered. Dat maakt het goed voor mij. Dát zorgt ervoor dat ik kan slapen ’s nachts.’ Het felle licht in de verhoorkamer schijnt op het gezicht van dokter Constance. Zijn ogen zijn bloeddoorlopen maar hebben een felle uitdrukking. In de hoek van de kamer staat rechercheur Mertens met een dossier in zijn handen. Aan de tafel zit een tweede, jongere rechercheur die aantekeningen maakt. Achter een glazen spiegelwand staat een man met ingehouden adem naar de dokter te luisteren. ‘De mensen die ik behandelde waren goede mensen die een goed en lang leven verdienden. Ik kon ze dat geven. Er zijn slechts slechte mensen gedupeerd. Criminelen, bedriegers, fraudeurs. Als je het zo ziet heb ik jullie een dienst bewezen,’ zegt de dokter nu met een ingehouden lach. ‘Óns een dienst bewezen? Heeft u enig idee welke straf u te wachten staat?’ vraagt de rechercheur die aan de tafel zit. ‘Rustig aan,’ zegt rechercheur Mertens. ‘Laat hem zijn verhaal doen. Vertelt u verder dokter Constance.’ De dokter bedenkt zich. ‘Ik zeg geen woord meer tot mijn advocaat er is.’ ‘Prima dok.’ De rechercheurs lopen samen het kleine kamertje uit. De dokter zit in de verhoorkamer en kijkt stil voor zich uit. Dit is het einde van zijn carrière, het einde van zijn praktijken en het einde van zijn leven. En er is geen weg terug.

Het ziekenhuis (Twee maanden eerder)

Het licht was zo fel dat Carla haar ogen niet open wilde doen, maar een nieuwe pijnscheut in haar zij zorgde ervoor dat ze rechtovereind met haar ogen wijd open ging zitten. Deze beweging was teveel en ze schreeuwde het uit. Vanaf de gang kwam er een verpleegster toegesneld en gaf haar een verdoving, waarna ze weer wegzakte in het bed.

Het was al de derde keer dat ze was opgeroepen voor een operatie en het was al de derde keer dat ze op het nippertje werd afgewezen omdat er een andere patiënt voorrang kreeg. Bij haar was het nog geen kwestie van leven of dood. Nóg niet, dacht Carla tegen de tranen vechtend. De fysieke pijn voelde ze door de verdoving minder, maar de littekens die de teleurstellingen keer op keer achterlieten zorgden ervoor dat ze steeds moedelozer in haar leven kwam te staan. Ze dacht aan het begin, toen de ziekte bij haar werd geconstateerd. Hoe ze de grond onder zich voelde wegzakken en alleen nog maar ruis hoorde terwijl de dokter maar doorratelde. Hoe ze dacht aan haar kleine meid die bijna drie zou worden en een prinsessentaart wilde en aan haar man die keihard werkte voor hun gezin. Hoe ze wilde dat ze vaker bij haar ouders op visite was geweest, zo ver was Breda nu ook weer niet. Verdomme, die tranen kwamen er nu toch doorheen.

‘Wat u kunt proberen is zelf op zoek gaan naar een nieuwe nier. Iemand die het wil … doneren aan u en een match is.’ ‘Wat?’ Carla keek de dokter met open mond aan. Zélf iemand zoeken? ‘Gewoon een advertentie zetten en dan hopen dat er iemand reageert?’ ‘Het is allemaal iets gecompliceerder dan dat. Er zijn mensen die u privé zouden kunnen helpen met zoeken naar een match, mensen die niet in het ziekenhuis werken. Het..’ De dokter stopte even met praten en keek Carla doordringend aan. ‘Het kost wel wat meer dan dat de verzekering dekt.’

 

 

Lees volgende week verder!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *